Ik ontdekte de échte kracht van feelgoodboeken tijdens de eerste covid-lockdown.

De wereld stond op haar kop. Alles was onzeker. Ik was bang, verdrietig, en niemand wist hoe het zou aflopen.

Wat mij erdoorheen hielp? Af en toe een uur op de bank met een boek waarin genoeg gebeurde om me mee te voeren, maar waarin één ding zeker was: het komt goed.

In die eerste lockdown las ik meer dan veertig boeken van Nora Roberts.
(Er zijn slechtere copingstijlen 😇)

Haar verhalen waren mijn adempauze. Even respijt, daarna kon ik er weer tegenaan. Tegen het niet-weten, het pionieren, het jongleren met honderd ballen van thuiswerken en thuisonderwijs, tegen het collectieve ‘we doen maar wat’ van die periode.

En dat is wat feelgood kan doen. Troost bieden, een escape zijn, een reis zonder dat je je huis verlaat. Een spiegel, een uitnodiging. Een herinnering dat hoop niet naïef is, maar krachtig en nodig.

Toen ik zelf ging schrijven, wist ik het eigenlijk meteen. De verhalen die mij het meest raken, gaan over liefde, verlangen en hoop. Misschien was ik daar ook zonder lockdown op uitgekomen, maar toen wist ik het zeker: dát zijn de verhalen die ik wil vertellen.

Inmiddels zijn er twee feelgoodromans van mijn hand verschenen, zit ik in de correctieronde van mijn derde boek en ben ik halverwege het schrijven van boek vier. En elke dag ben ik dankbaar dat ik verhalen mag schrijven die voor iemand anders misschien óók een adempauze zijn.

Nora, dank je wel. 💛