schrijver - redacteur - auteursbegeleider

Auteur: Foske (Pagina 3 van 3)

Schrijfroutine



Ik schrijf vooral doordeweeks, als de kinderen naar school zijn en mijn partner naar zijn werk.

De jongste mag ik nog naar school brengen 🤍 Zijn school ligt aan het park, meestal plak ik er meteen een wandeling aan vast. Fris lijf, fris hoofd. Het is heerlijk om een stukje natuur zo goed te kennen dat je alle kleine verschillen van de seizoenen ziet en meemaakt.

Een kop thee, laptop open, en de rest van de ochtend is werktijd. Schrijftijd, of tijd met andermans boek voor mijn werk als redacteur/persklaarmaker. Gewoon thuis, aan de keukentafel of aan mijn werkbureau boven. De katten vinden het leuker als ik beneden werk 😉 Ik werk tot de lunch, gun mezelf dan een kleine siësta (niks is beter voor je humeur!), en de middag is voor huis, tuin, gezin. Simpel en effectief.

Naar het eiland schreef ik in een paar maanden tijd, het vervolg ook weer. Daarna vind ik het fijn om even pauze te hebben. Na verloop van tijd gaat het weer volop borrelen en begin ik aan een volgend project. Een boek per jaar is sowieso goed te doen zo, voelt als een mooi ritme.

Notitieboekjes



Geen (kantoor)boekhandel is veilig.
Voor elke gelegenheid gebruik ik een ander notitieboekje en dan liggen er nog minstens twintig te wachten tot ze aan de beurt zijn. Mijn kinderen weten de secret stash inmiddels ook te vinden.

Het is genoeg, meer dan. Maar zo’n kersverse, maagdelijk onbeschreven, krakend nieuwe… Ik kan het toch maar moeilijk weerstaan.

Toen mijn roman Naar het eiland verscheen, mocht ik mezelf wat nieuwe boekjes cadeau doen, tot hilariteit van het thuisfront. Verder probeer ik het te doseren. Met wisselend succes 😉

Herkenbaar?Activeer om grotere afbeelding te bekijken,

Slaapkamerdeur open of dicht?

In mijn roman Naar het eiland staan diverse expliciete liefdesscènes. ‘Spicy’, zoals dat in boekenland zo mooi wordt genoemd. (Ik krijg altijd honger van dat woord…)

Dit was geen bewuste keuze vooraf, maar al schrijvend vond ik het jammer, en raar, en gekunsteld, om te stoppen bij de slaapkamerdeur. Er bleek zoveel gevoel en karakter van de hoofdpersonen ook in deze scènes te zitten. En ik vind de puzzel leuk, hoe schrijf je over wat zich tussen de lakens afspeelt zodat je het als lezer wel voelt, maar dat het niet plat of clichématig wordt? Schrijven is een ambacht, ook hierbij.

Niet iedereen houdt ervan, en dat snap ik ook. Maar ik lees het zelf graag, kan erg genieten van een mooie liefdesscène, vind het jammer als daaraan voorbij wordt gegaan. Van veel lezers heb ik teruggekregen dat ze ook, juist, deze scènes erg waardeerden.

Wat vinden jullie, slaapkamerdeur open of dicht in boeken?

Omarm de feelgood!


‘Ik had iets heel anders verwacht.’ Aldus een kennis die Naar het eiland las.

Natuurlijk was ik benieuwd, wat dan?

‘Ik weet niet, iets serieuzers, politiek correcters.’

Ik moest hier wel even om grinniken. Tja, als je (zoals ik, volgens mijn kinderen) onder een steen leeft en daar heel gelukkig bent, weten mensen misschien ook niet wat zich zoal in je hoofd afspeelt. Ik maakte blijkbaar een serieuze en politiek correcte indruk (wordt aan gewerkt). Naar het eiland is in die zin dan mijn ‘coming-out’ als romance-lezer en -schrijver.

Daarna was ik een tikje geïrriteerd. Smaken verschillen, en gelukkig maar. Maar waarom is het toch nog altijd zo dat er soms, een beetje, wordt neergekeken op romance en feelgood? Lectuur vs literatuur, als een waarde-oordeel?

Wat is er nu mooier, grootser, belangrijker dan de liefde? Het is van alle tijden, dat we daarover vertellen, toneelspelen, zingen, schilderen, schrijven. We lezen, zien, horen er graag over. Vrouwen, veel, maar zeker niet alleen. En er is zoveel moois te vinden binnen dit boekengenre… Luchtig, meer diepgang, spicy, minder spicy, voorspelbaar, verrassender, straight, lgbtq, cliché, minder cliché, modern, historisch, noem maar op. Van eigen bodem, van buiten de landsgrenzen, het aanbod is echt fan-tas-tisch.

Er is blijkbaar behoefte aan. Dus laten we die behoefte omarmen! Romance / feelgood raakt, neemt ons mee, inspireert, leidt af, troost, verblijdt. Het is heerlijk om over de liefde te lezen, doe het met verve, met trots, zoveel je wil. En het is ook heerlijk om erover te schrijven 🤍

Wat kun je doen?

‘Wat kun je doen?’ verzuchtte ik, moedeloos, na het definitieve bericht over de Amerikaanse verkiezingsuitslag. ‘Wat kun je hier nou mee. Wat moet je ermee. Alles verhardt, zo veel mensen die denken dat dit de oplossing is.’

Ik wandelde in het park en trof een vrouw die ik er vaker tegenkom. Ze is 75, eigengereid, en helder zoals ik dat zelfs op mijn 25e niet was.

We liepen samen een stukje op, hadden het kort over hoe het met onze gezinnen ging, met onszelf. Haar inmiddels al weer lege nest, mijn volle nest, de vreugde en de uitdagingen van beide vormen.

Ik weet haar naam, zij de mijne, maar verder zijn we geen deel van elkaars leven. En toch, door af en toe een stukje samen te lopen, leer je elkaar kennen. Leef je mee met elkaar.

‘Dit,’ zei ze. ‘Dit kun je doen. Dit is al zo veel. Menselijk contact, warmte. Ook al ken je elkaar niet zo goed. Kijk naar elkaar om, maak contact, deel, verbind.’

Dus doe dat, mensen. Wees warm en zacht en in verbinding, ook al lijkt de wereld soms koud en volkomen losgeslagen van alle gezond verstand. Elke lichtstraal telt. De wereld heeft het nodig.

Sta stil

Naar dit beeld kan ik blijven kijken.

En dat is ook wat ik deed, eind september, op Vlieland. Nog even een paar dagen kamperen.

Ik ging alleen, om ongestoord wat schrijfmeters te maken, maar ook voor dit, natuurlijk… Elke ochtend zat ik voor zonsopkomst al op het duin, honderd meter van de tent af. Alleen maar kijken. Verwondering voelen, en grootsheid, en me juist heel klein voelen, en dankbaarheid voelen, inspiratie, liefde, alles.

Ruim een jaar daarvoor zat ik er ook. Toen was het contract voor Naar het eiland net getekend. Nu is het boek alweer een poosje verschenen, warm en prachtig ontvangen, de eerste versie van het vervolg ligt al bij de uitgever. Je zou bijna vergeten af en toe met verwondering en dankbaarheid bij dat alles stil te staan.

Ook maar ‘even’ gedaan, daar op die duintop. Waanzinnig is het! Om wangen zo roze als de zonsopkomst van te krijgen.

Het is makkelijk, in de drukte van alledag, om dingen voor lief te nemen. Boeken, mensen, liefs, moois. Vertraag, neem de tijd, sta stil bij wat er is…

Hoe schrijven schrijvers?


Ik las On writing van de onvolprezen Stephen King. En het was een pareltje. Niet alleen omdat King een mooi tijdsbeeld schetst (de coverfoto alleen al…) en boeiend schrijft over zijn eigen leven en wording als schrijver, maar ook omdat het erg leuk, en leerzaam, is om de woorden van een vakman over dit vak te lezen.

King bedenkt en plant weinig tot niets vooruit, hij begint met alleen een personage en een setting of probleem en verder ontvouwt elk verhaal zich al schrijvend. Hij vergelijkt zijn schrijfproces met het uithakken van een groot fossiel. Prachtig beeld. De man heeft al heel wat dinosauriërs het licht laten zien.

Kings vergelijking impliceert dat het verhaal gevoelsmatig ‘ergens’ al af is voor hij gaat hakken/schrijven. Hij kent het alleen nog niet, hij ontdekt het al hakkend. Mooi idee. Ik denk dat dit voor elke schrijver verschilt.

Voor mij voelt het meer als kralen rijgen. Ik schrijf in scènes, zonder vooraf uitgezette lijn. En ik maak de scènes, de kralen, niet zelf, ik vind ze. In observaties, dingen die ik zie of hoor, in verlangens of hoop of pijn of wensen, van mezelf of van anderen. In mijn dromen, soms.
Ik hoef alleen maar te luisteren, te kijken, en ik kan ze oprapen, een voor een. Zelf beslis ik waar aan de ketting ze mogen komen, wat de volgorde wordt. Maar wie ze maakt, geen idee.

Ik ben niet religieus, inspiratie is voor mij niet iets ‘van hogerhand’. Hoewel ik hoop, als er iets als een God bestaat, dat ze dan de schoonheid van het observeren waardeert. En de glorieuze liefdesscènes in Naar het eiland, ook een soort ‘worshippen’ immers 😉
Maar het voelt ook niet alsof ik er zelf actief iets in doe, in het ontstaan van de kralen. Het kijken, luisteren, observeren doe ik wel, maar dat is zoiets als ademen. De kralen komen dan vanzelf, als ik me ervoor open stel.

Een vriendin noemt het ‘de wijsheid van het veld’. Dat komt nog het dichtst in de buurt. Mooi gezegd.

Nieuwere berichten »

© 2026 Foske de Kruijf

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑