schrijver - redacteur - auteursbegeleider

Auteur: Foske (Pagina 3 van 4)

Waarom ik Naar het Noorden moest schrijven

Zweden, vijftien jaar geleden. Roadtrip samen, de laatste zomer voor er kinderen kwamen. Verliefd op mijn reisgenoot was ik al, nu werd ik het ook op dit prachtige, uitgestrekte land.

Die eerste reis naar het Noorden zal ik nooit vergeten. Eindeloos veel ruimte, diepe groene bossen vol mysterieus lokkende, kronkelige paadjes, helderblauw flonkerende meren die ’s ochtends en ’s avonds verstild pastel kleuren. Kleine dorpjes met rood houten huisjes. De stilte, ook. Zo weinig mensen in zo’n groot land… De eenvoud en vertraging die het meer buiten leven meebrengen, in Zweden zo sterk voelbaar. Een thuiskomen, zo voelde het. Een uitademen. Een land waar we blijven terugkomen.

Dat er een Buitenliefde-boek over Zweden moest komen, was dan ook snel duidelijk.

Suzette en Kjell reizen er samen heen in Naar het Noorden. En ik verheug me er zo op om de sfeer van dit mooie land met jullie te delen!

Wie is er al eens in Zweden geweest? Wie heeft het nog op de wensenlijst staan?

Buitenliefde 2 – Naar het Noorden – juni!

Waarom schrijf je?

In de lente van 2014, toen ik zwanger was van onze jongste, deed ik een cursus ‘ontspannen bevallen’. Het was nodig, na de eerste bevalling, en het kwam goed. De cursusleider vroeg me tijdens de kennismaking onder andere wat ik zo leuk vond aan mijn man, en ik antwoordde dat ik hem lekker vond ruiken. Misschien waren het de zwangerschapshormonen, er is nog veel meer leuk aan hem, maar dit kwam eruit. Ze keek me wat bevreemd aan en dat snapte ik 😉

Het was niet het enige, maar het was (en is) wel waar. Wat je leuk vindt aan iemand is soms zoiets basaals, iemands sfeer, geur, manier van zijn, een gevoel, precies die goede combinatie van spannend en thuiskomen die uitnodigt tot ‘meer’.

Er is vast een reden voor, feromonen of compatibility of wat ook, maar ik hoef het niet te verklaren, het is genoeg dat het zo is, en het is een van de redenen dat ik ook na al die jaren nog altijd graag bij hem ben. Hij ruikt nog altijd lekker.

En zo is het met schrijven ook. Ik schrijf omdat ik van woorden hou, van taal, van anderen die een gevoel, gedachte of moment mooi weten te vangen, van zelf spelen met precies de juiste bewoording. De twee talen waarin ik het vloeiendst ben, voelen en verwoorden, komen samen in het schrijven. Een mooie zin maken is spannend en een soort thuiskomen en dat nodigt uit tot meer. En voor je het weet, heb je dan een boek. Of bijna twee.

Liefde en toiletpapier



‘Wees voorbereid. Zorg voor genoeg eten, drinken, medicijnen, toiletpapier en electriciteit voor 72 uur.’ Het nieuwste advies van de overheid, maart 2025. Concreet genoeg om aan de oppervlakte wellicht een beetje gerust te stellen, wat angst te kanaliseren in actie (geen enkele reden tot zorg mensen, zolang je genoeg toiletpapier hebt!) maar tegelijk zo hopeloos ontoereikend dat het alles alleen nog maar erger maakt.

Direct na de Amerikaanse verkiezingsuitslag had ik nog de naieve hoop dat het wel mee zou vallen, maar die verdampte snel.

En wat doe ik? Ik schrijf boeken over de liefde. Over zelfkennis, je eigen pad kiezen, slow living. Is dat nou echt wat je moet doen, wat je wil doen? Is dat nou echt het allereffectiefst, gezien de huidige state of the world?

Vast niet. Maar tegelijk… liefde, ook de liefde voor jezelf, voor de mensen om je heen, voor de natuur en de wereld, is zo hard nodig nu. Want daar gaat het mis. Kijk naar de mannen die nu aan de knoppen draaien en vraag je af, hoe zijn zij zo geworden? Wat is hier misgegaan? Daar was zoveel meer liefde nodig geweest, denk ik…

Voor die mannen zie ik weinig redding meer. Maar de wereld, die heb ik nog niet opgegeven.

Dus heb lief, met alles wat je in je hebt, leef het voor, verspreid het. Als je kunt schrijven, schrijf erover. En als je iets anders kunt, doe dat dan, het maakt niet uit hoe groot of klein. Spread the word, wees deel van die hartverwarmende olievlek die zich langzaam uitbreidt, doe íéts.

Dit doe ik. Schrijven over de liefde. Leek me beter dan alleen zorgen voor genoeg toiletpapier in m’n eigen voorraadkast, maar mocht het zover komen en je zit zonder: feel free to ask.

De klok tikt zachtjes door

Hij tekent en tekent. Acrylstiften deze dagen. Vorige week veel pen en fineliner. Muziek op de koptelefoon, lange jongensharen, grote capuchontrui. Af en toe komt hij me wat laten zien. Monsters, wapens, graffity, fantasy. Tien jaar, klein en groot tegelijk, tussen servet en tafellaken.

Zijn broer maakt huiswerk, boven. Dertien alweer, voeten groter dan de mijne, hij groeit terwijl je naar hem kijkt. Met de regelmaat van de klok naar beneden voor wat te eten. Altijd honger, in eten en in gezelligheid.

Frisgewaaid uit school, rode wangen, koude handen, moe. Voederen en verder laten. Na even komt er af en toe een verhaal, een belevenis. Hun eigen gang, eigen vrienden, eigen leven, steeds meer. Maar altijd blij om thuis te komen.

Altijd blij ze weer te zien ook. De dagen zijn lang en de jaren kort, dat laatste begint voelbaar te worden. Wat een feest, en voorrecht, om ze te mogen zien opgroeien.

Ik hang op de bank met een boek, een dekentje en een restje griep. De katten slapen naast me. Ook mijn ogen vallen af en toe dicht. Moet denken aan de tijd dat ze als peuter met de verbandtrommel wilden spelen, ik was graag patiënt, zodat ik even met mijn ogen dicht op de bank kon liggen. Nog heel even, oké? Nog één pleistertje erbij. De dagen zijn lang en de jaren kort.

Buiten is het februarikoud. Berijpte witte wereld elke ochtend. Binnen is het warm. Het is stil in huis, maar het is een rijke stilte.

De klok tikt zachtjes door.

Ook hiervoor schrijf ik. Om momenten te bewaren, om mezelf en anderen te blijven uitnodigen het grootse in het kleine te zien.

Jongenslezen

Zondagavond 21.45u. ‘We moeten verplicht lezen bij Engels, mam. Maar ik heb geen zin meer in Tolkien op de e-reader en mijn boek uit de schoolbieb is saai.’

Meteen iets anders uitkiezen. Lezen doe je voor je lol!

Beide jongens kwamen lezend en schrijvend de kleuterklas binnen, maar vanaf groep 3 raakten ze geen boek meer aan thuis. De verplichte AVI-boekjes op school, hoe goedbedoeld ook, waren dusdanig niet aansprekend dat ze alle leesplezier eruit ramden. Het kostte best wat subtiele, aanhoudende uitnodiging om dat weer terug te laten opbloeien. Maar de aanhouder won. Serie na serie zijn ze gaan verslinden, en ik genoot, zo blij dat ook zij nu al die mooie verhalen ontdekten.

Leesvaardigheid is zo belangrijk. En het leesplezier gun ik ze zo.

Tot de puberteit. Te midden van vrienden en sport en z’n telefoon (en oh ja, wat huiswerk) was er ineens geen tijd meer om te lezen. Ik wist wel beter dan aan te dringen. Maar mijn hart bloedde een beetje…

Gelukkig blijft school het lezen ook stimuleren. Lezen moet, maar inmiddels mag hij zelf het boek kiezen, en dan helpt het wél.

Genoeg boeken in huis, dus ook zondagavond om 21.45u kun je nog kiezen.

Nu leest hij Moominland Midwinter van Tove Jansson. Ik deed het mezelf ooit kado: een prachtig melancholiek, filosofisch boekje vol licht verpakte wijsheid. Tikje verrassende keuze voor een van spanning en sensatie houdende puberjongen in 3 atheneum.

‘Ik vind het een leuk boek. Die beestjes doen lief en er staan allemaal ouderwetse Engelse woorden in die ik nog niet kende. Ik word er ook een beetje slaperig van.’

Nog even het licht uitgedaan toen ik zelf naar bed ging (niet veel later dan hij). Hij sliep, boek lag naast z’n bed, opengeklapt. E-reader ernaast, de Grijze Jager ook weer aan het herlezen zo te zien.

Wie zijn we als schrijvers zonder lezers?

Feelgood

Een vriendin zei me: ‘Er zat zo veel in Naar het eiland, veel meer dan ik verwacht had. Ik kende het feelgood-genre nog niet en besefte ineens, dat geef je aan iedereen die het leest, en dat is er ook voor mij. Dat deed me zo veel.’

Het deed mij ook veel om dit te horen. Ik schrijf vooral omdat ik er zo veel lol in heb. Omdat ik de tijd vergeet als ik het doe. Omdat het LEUK is. Goede redenen maar een calvinistisch stemmetje vanbinnen zegt soms, zou je niet iets nuttigers met die tijd gaan doen. Iets waar de wereld beter van wordt.

Tot ik bedenk, of tot iemand me er weer aan herinnert: dat kan ook op deze manier.
De waarde van verhalen kende ik al als lezer, nu ontdek ik haar als schrijver. Verhalen, ook (juist?) die over de liefde, bieden vermaak. Troost. Warmte. Horizonverruiming. En dat heeft van zichzelf al waarde. Ze bieden ook een spiegel, waarin je jezelf herkent, of waarin juist een slapend, vergeten of nog onbekend deel van jezelf zichtbaar wordt, klaar om wakker te worden gekust. Soms letterlijk 😉 Een spiegel die je vragen voorhoudt als: hoe wil ik leven. Welke keuzes maak ik. Wat vind ik belangrijk. Hoe wil ik met mensen omgaan.
Ook, juist, in romance, in feelgood. Er is zoveel moois!
In het stellen van de vragen, en in zien dat anderen ze ook stellen, zit iets ontroerends en troostends, iets verbindends ook. En ik geloof dat ze dat bedoelde, toen ze me zei wat het lezen haar bracht. Maar ik zal het haar nog eens vragen.

Tienduizend uur

Tienduizend uur. Ik heb weleens gehoord dat het zoveel tijd neemt om ergens echt goed in te worden.

Tienduizend uur. Dat is heel wat. 1250 volle werkdagen. 250 volle werkweken. 5 volle jaren.

Wat deed ik tienduizend uur?
In elk geval: lezen. Eindeloos, altijd en overal, meerdere boeken per week, al voor ik naar de kleuterschool ging. En nog, vrijwel elke dag, elk weekend, elke vakantie. Er zijn zó veel mooie verhalen, gedichten, boeken. Dit weekend trakteerde ik mezelf bijvoorbeeld op een uurtje met de poëzie van Robert Frost, en dan kun je er als mens toch weer helemaal tegen.

Wat deed ik verder tienduizend uur? (Dag)dromen. Mensen observeren. Mensen liefhebben. Mooie basis als je over de liefde schrijft…

En jullie?

Wandeling

Dit weekend wandelde ik in het winterse bos met iemand die ik al 1,5 jaar ken. Ik dacht dat ik haar goed kende. Maar ze verraste me. Ze was boos. Veel bozer dan ik doorhad.
En aangezien ze de hoofdpersoon is in het boek dat ik nu aan het bijschaven ben, deel 2 van de Buitenliefde-serie, was dat best belangrijke informatie 😉

Zo tof, en raar, dit!

Ik heb andere auteurs weleens gehoord over een virtuele koffiedate met hun personages.
Vond het grappig, leuk bedacht, ook een beetje gezocht. Nu wandelde ik in het prachtig berijpte bos, dacht aan een scène die nog niet soepel liep en voelde naast een tikje schroom ook nieuwsgierigheid. Waarom ook niet. Stel dat ik hier met haar zou lopen.

En baf. Daar was ze. En ze was BOOS.
Na even begreep ik ook waarom, en dat maakte meteen zoveel duidelijk. Wat zij te doen heeft, en dus ook wat ik te doen heb als schrijver.
Was naar huis gehúppeld als het niet zo glad was geweest.

Hoop dat deze virtuele dialoog inwendig bleef maar als ik toch op enig moment in mezelf heb lopen praten, sorry medewandelaars, so be it 😉

Deze zit vanaf nu in de schrijf-toolbox. Nog andere leuke, out-of-the-box tools die er echt in moeten?

Koudwatervrees



Bovenaan de to do list: schaven aan Buitenliefde deel 2, het vervolg op Naar het eiland. De feedback op de eerste versie was mooi en eerlijk en helpend. Lekker, input op het schrijven, kom maar op. Maar dan. Ja, dan begint het puzzelen.

Het verhaal, en ikzelf, hadden twee weken vakantie gehad. En ik draaide er al een paar dagen omheen. Hield het verhaal in mijn hoofd, bekeek het van een afstandje, liet het los, kwam toch weer terug. Maar ik schreef, of veranderde, niets. Ik voelde een aarzeling, een diep ademhalen haast, voor er weer in te duiken. Er was ander werk, een huis, een gezin, van alles wat ‘gelukkig’ ook aandacht nodig had. Maar het was ook uitstel. En ik wist, hoe langer ik wacht, hoe groter de drempel.

Net als de hoofdpersoon in dit verhaal zwem ik graag buiten en schrijven na een pauze, zeker herschrijven, is soms net als dat koude zwemwater in duiken. Je weet dat het goed is, dat de temperatuur vaak (niet altijd…) meevalt, dat je je tintelend en levend en fris zal voelen, dat alles weer gaat stromen als je erdoor bent, maar toch…

Gister het schrijfwater weer in gedoken. De watertemperatuur viel mee, gelukkig 😉

Medeschrijvers, makers, herkenbaar, die koudwatervrees soms na een pauze?

(Foto: Zweden, zomer ’23. Kamperen, water- en luchttemperatuur 12°, ’s ochtends en ’s avonds wolkjes bij het uitademen. Toch elke dag gezwommen. Alle dagen geaarzeld, nul dagen spijt 🤍)

Droom?

Was het echt? Of was het een droom?

De sneeuw die één dag alles wit kleurde. De lange, tijdloze kerstvakantie.

Een dag, een week, een jaar, de tijd dat mijn jongens klein genoemd mochten worden, dat soort dingen.

Ik voel weemoed én vreugde na elke vakantie. Om het verglijden van de tijd, het zo dierbare samenzijn dat er was en het ook zo dierbare alleenzijn dat er nu weer meer komt. Zin en geen zin. Beide kanten op vraagt schakelen.

Is het leven echt? Of is het een droom? vroeg onze jongste. En hoe kun je dat zeker weten?
Af en toe bedenkt hij iets, om het te testen. Maar tot op heden blijkt niks echt foolproof. We zijn er nog niet uit.
En maakt het uit, hoe het zit? Ook daar zijn we nog niet uit.

Hoe het ook zit, wees aanwezig. Dit leven, of deze droom, heb je. Wees erbij.

Ook daarom schrijf ik. Om aanwezig te zijn, in mezelf, met de ander, en in de ervaringen. Schrijven als escape én schrijven als anker in de werkelijkheid.

Fantastisch als er een mooi verhaal, een publicatie, een boek uit voortkomt. En dat anderen dat lezen, met plezier, interesse, gevoel, is ook fantastisch. Maar voor mij heeft het z’n nut dan allang bewezen.

Mooie dag, of droom, vandaag!

🤍

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 Foske de Kruijf

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑