Vijf jaar terug belandde ik in een burn-out. Toen ik langzaam kon nadenken over werk weer opbouwen, voelde ik dat ik niet terug zou gaan naar mijn oude baan als psycholoog. Ik was veranderd, het paste niet meer.

Ik kreeg het grootste kado dat ik maar kon wensen: tijd, om verder te herstellen, om na te denken over ander werk. Een per ongeluk sabbatical.

En ik besloot het ook zo te zien, als een kado. Wanneer heb je nou zo’n kans?

Maar wat zou ik gaan doen?
Herstellen. Want ik was echt nog niet beter. Lummelen, lezen, wandelen, thuis zijn met man en zoons.

Maar ik voelde ook, ik wil iets doen voor mij. Iets fijns, iets goeds, helemaal voor mezelf, om dat wat toch wat verlept was geraakt in die hele burn-out weer leven in te blazen.

Ik heb altijd al verhalen bedacht en altijd veel geschreven. En nu dacht ik, dat wil ik. Mezelf de tijd daarvoor geven. Schrijven, eens kijken of ik er een echt boek van kan maken, kijken hoe dat is.

Dat lukte, en dat werd mijn debuutroman Naar het eiland. Het was zo leuk dat ik er niet meer mee ben gestopt ❤️

Ik had het toen graag geweten, maar die hele burn-out heeft toch veel moois gebracht 😉