
Een vriendin zei me: ‘Er zat zo veel in Naar het eiland, veel meer dan ik verwacht had. Ik kende het feelgood-genre nog niet en besefte ineens, dat geef je aan iedereen die het leest, en dat is er ook voor mij. Dat deed me zo veel.’
Het deed mij ook veel om dit te horen. Ik schrijf vooral omdat ik er zo veel lol in heb. Omdat ik de tijd vergeet als ik het doe. Omdat het LEUK is. Goede redenen maar een calvinistisch stemmetje vanbinnen zegt soms, zou je niet iets nuttigers met die tijd gaan doen. Iets waar de wereld beter van wordt.
Tot ik bedenk, of tot iemand me er weer aan herinnert: dat kan ook op deze manier.
De waarde van verhalen kende ik al als lezer, nu ontdek ik haar als schrijver. Verhalen, ook (juist?) die over de liefde, bieden vermaak. Troost. Warmte. Horizonverruiming. En dat heeft van zichzelf al waarde. Ze bieden ook een spiegel, waarin je jezelf herkent, of waarin juist een slapend, vergeten of nog onbekend deel van jezelf zichtbaar wordt, klaar om wakker te worden gekust. Soms letterlijk 😉 Een spiegel die je vragen voorhoudt als: hoe wil ik leven. Welke keuzes maak ik. Wat vind ik belangrijk. Hoe wil ik met mensen omgaan.
Ook, juist, in romance, in feelgood. Er is zoveel moois!
In het stellen van de vragen, en in zien dat anderen ze ook stellen, zit iets ontroerends en troostends, iets verbindends ook. En ik geloof dat ze dat bedoelde, toen ze me zei wat het lezen haar bracht. Maar ik zal het haar nog eens vragen.