
In de lente van 2014, toen ik zwanger was van onze jongste, deed ik een cursus ‘ontspannen bevallen’. Het was nodig, na de eerste bevalling, en het kwam goed. De cursusleider vroeg me tijdens de kennismaking onder andere wat ik zo leuk vond aan mijn man, en ik antwoordde dat ik hem lekker vond ruiken. Misschien waren het de zwangerschapshormonen, er is nog veel meer leuk aan hem, maar dit kwam eruit. Ze keek me wat bevreemd aan en dat snapte ik 😉
Het was niet het enige, maar het was (en is) wel waar. Wat je leuk vindt aan iemand is soms zoiets basaals, iemands sfeer, geur, manier van zijn, een gevoel, precies die goede combinatie van spannend en thuiskomen die uitnodigt tot ‘meer’.
Er is vast een reden voor, feromonen of compatibility of wat ook, maar ik hoef het niet te verklaren, het is genoeg dat het zo is, en het is een van de redenen dat ik ook na al die jaren nog altijd graag bij hem ben. Hij ruikt nog altijd lekker.
En zo is het met schrijven ook. Ik schrijf omdat ik van woorden hou, van taal, van anderen die een gevoel, gedachte of moment mooi weten te vangen, van zelf spelen met precies de juiste bewoording. De twee talen waarin ik het vloeiendst ben, voelen en verwoorden, komen samen in het schrijven. Een mooie zin maken is spannend en een soort thuiskomen en dat nodigt uit tot meer. En voor je het weet, heb je dan een boek. Of bijna twee.